Menu Home

Probeer hier niet om te keren

Tim van der Veer, De wetenschap van Tara (roman, Uitgeverij De Arbeiderspers 2016) –

Sommige schrijvers hebben hèt. Je leest de bijna summier ogende zinnen, de tragikomische dialogen tussen scherp gesneden types – en dan gebeurt hèt. De film. De woorden worden niet te stuiten filmbeelden in je. Je ziet het plot zich ontvouwen door alle scènes heen, je hoort de levendige karakters praten alsof ze echte mensen zijn.  Tim van der Veer is zo’n begenadigd schrijver. Als zijn literaire debuut “De wetenschap van Tara” een film zou worden, zou het cultstatus in mijn collectie verwerven. Zo mooi en absurd is deze kleine roman.

Gedurende 68 scènes weet de schrijver een panorama van landschappen en personages te ontwikkelen, waarvan het moeilijk is weer terug te keren naar het leven van alledag. Hoe die magie in elkaar steekt, hoop ik iets over te kunnen zeggen. Eerst maar de roman zelf.  Het is het verhaal van een uit Servië afkomstige vluchteling, Slavko Živković die ondanks zijn geheugenproblematiek als conciërge werkt in een Utrechts laboratorium moleculaire biologie. Hij doet ook klusjes in het huis van de nuchtere Nils Renkema, die druk bezig is om het genetische verouderingsproces van bladeren te verklaren. “‘Door de genen van de originele OREI-mutant te vergelijken met second-site-mutanten, hoop ik de hoofdrolspelers te vinden, de hoofdrolspelers van senescentie.’ De ventilator is huilend aangeslagen. De hond spitst instinctief zijn oren. ‘Denk je eens in, Slavko, groei maar zonder de zo noodzakelijk geachte zelfvernietiging.'” (blz.126) Als de Servische conciërge echter overlijdt, maakt Nils kennis met zijn testament, en een briefje met een fles Šljivovicaeen Servisch pruimendestillaat, een vervaagde foto van een oude vrouw en een adres van ene Neša in Luxemburg. De nuchtere biochemicus wordt onverwacht gevraagd om de voltrekker van de laatste wil van de Servische vluchteling te worden. “Ajde, Nils, ik vraag je: breng me naar huis. Over land. Vliegen is voor vogels. Molim te, alsjeblieft.”(Blz.16) Nils huurt een oude diesel begrafenisauto, een Cadillac Brougham Superior, met het geconserveerde lichaam van Slavko in de kist achterin, de airco altijd aanlatend en begint aan bizarre reis door Europa, op zoek naar de geboortegrond van Slavko. Nils is echter een man die niet van onverwachte risico’s houdt. Daarom laat hij een vriend berekenen wat statistisch de meest veilige route is om van plaats naar plaats te gaan. Niet over de snelweg, maar via allerlei, obscure kronkelpaden door Europa, waar de kans op ongelukken nihil is, alles natuurlijk keurig ingetoetst in zijn navigatiesysteem.

cadillacbroughamsuperior_funeralcoach

Het is niet aan mij om de scènes, de rake dialogen, en het spannende plot te beschrijven dat zich pas ontlaadt aan het slot van de roman. Dat wens ik de lezer zelf toe, met veel genoegen. Een goed boek ontstaat immers niet alleen door het verhaal van de schrijver zelf, maar ook door het verhaal dat zich daardoor nog in een lezer kan schrijven. Wel wil ik mijn verlangen proberen aan te geven ooit nog eens te onderzoeken hoe bij Tim van der Veer de zeven verschillende reisbestemmingen ‘in de naar voren wijzende tijd’ zich als symbolische bestemmingen ontvouwen in ‘de naar het verleden wijzende tijd’ van de overleden Slavko. Maar een dergelijke analyse overspant helaas het raamwerk van een blogpost. Dat uit sparrenhout geslepen bootje moet eerst nog even met Slavko de Donau af, naar de Zwarte Zee. Maar dát Tim van der Veer deze symbolische magie doet is volgens mij niet alleen maar een kwestie van willen en proberen, dat is vooral kunnen – de morele keuze dankzij de tweelingen in Luxemburg, het overwinnen van allerlei hindernissen, het behouden van focus, hoe je twijfel verandert in zelfvertrouwen (de Dobermann!), het overwinnen van gevaar, het overzicht over de weg die je gaat en uiteindelijk de realisatie van het inzicht dat je mens-zijn herstelt.

  1. Luxemburg
  2. Daun 
  3. Neuperlach
  4. Sankt Valentin
  5. Boedapest
  6. Belgrado
  7. Bajina Bašta

Tim van der Veer is een renner. Hij heeft daar in 2012 zelfs een succesvol boek overgeschreven. Rennen is voor hem zoals hij onlangs in een radio-interview verwoordde een vorm van meditatie. Het gaat de renner niet alleen om het resultaat. De afzonderlijke stadia van de fysieke weg, de gecontroleerde spierinspanning, de ademcontrole leiden ook tot innerlijke rust, en vinden daarin eigenlijk pas hun ware betekenis. Ieder fysiek bereikte station is tegelijk een symbool dat je mens-zijn reinigt. Sport = Yoga.

wetenschap van tara  Over Tim van der Veer

Centraal in de architectuur van de roman is dat Nils tijdens zijn tocht langs de oude, door Europa verspreidde vrienden en kennissen van Slavko ook kan communiceren met de stem van de overleden Slavko, achter in de Cadillac. Daardoor wordt de verhaallijn van Nils die de geboorteplaats van Slavko zoekt (fysieke weg) verenigd met de verhaallijn van de langzaam tot inzicht komende Slavko na zijn dood (symbolische weg). Wanneer de stem klinkt van de dode Slavko – na zijn dood komt het geheugen terug – herinnert Nils zich ook aan verwante gebeurtenissen uit zijn eigen leven en komt daardoor een laag dieper dan zijn nuchtere, wetenschappelijk geconstrueerde zelfbeeld. Nils blijkt dan een apart personage. Volledig gecontroleerd onderlegd, die – als hij dit los laat – ook zijn associaties met abstracte kennis, meteen in andere bewustzijn-stadia schiet – tot en met uittreding aan toe: “Wanneer hij zijn ogen sluit, ziet hij zichzelf…te bekijken van grote hoogte…” (blz.210)

Een geweldige roman, een buiging voor de auteur. Een pleidooi voor de weg naast de snelweg. “En daarom moeten we nu drinken, begrijp je. Ajde, živeli, proost, op het leven.” (blz.218)

Facebooktwitterredditlinkedin

Categories: Boekbesprekingen

Tagged as:

Jan van Beersum

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *