Menu Home

Schuldige Helden

Kira Wuck, Noodlanding (verhalen, Podium 2016) –

In het oude Athene stond ooit de tempel van Dionysos waar tijdens theaterfestivals heftige tragedies werden opgevoerd voor het Atheense volk.  De Atheners waren levendige mensen die meteen hun bijstand of afschuw lieten blijken over het stuk.  Een ware  zoektocht voor schrijver, regisseur, koor en acteurs  om bij het publiek een gezamenlijke concentratie te bereiken. Dat was niet makkelijk, laat staan vanzelfsprekend, want  de opgevoerde personages gaven door hun morele keuzes veelal aanleiding tot échte afkeer en fysiek verzet. Gelukkig was daar de introductie van het komische personage, dat tussen het publiek doorliep en met Dionysische wijn en kolder de toehoorders amuseerde en zo bereikte dat de gepassioneerde Atheners tenminste bleven zitten. Later werd het komische personage deelgenoot van het stuk zelf en een nieuw genre in het oude Griekenland was geboren. De moderne homo sapiens verdraagt persoonlijke tragiek beter door de vergrootglas van het absurde.

De twaalf hoofdpersonages in de nieuwe verhalenbundel van de  gelauwerde podiumdichteres Kira Wuck leiden allen een leven waarin ze vervreemd zijn van hun omgeving en zichzelf. Sommigen leven toch maar door, anderen opeens niet en weer anderen kiezen van de ene op de andere dag een compleet ander levenspad.  Tragische mensen, herkenbare mensen, gewone situaties die langzaam afglijden naar een zeker absurdisme van de protagonist.  Als lezer merk ik dat ik van een zekere compassie overga naar afkeer van de personages. Maar door de manier waarop Kira Wuck ze neerzet, snap ik waarom ze zo geworden zijn.

Zo sympathiseer ik eerst met de uitkeringsgerechtigde Ron die nadat hij Nepalese slachtoffers van een aardbeving geholpen heeft bij terugkeer niet welkom is thuis bij vrouw en zoon. Ron wordt langzaam een vreemde in zijn eigen land. Maar als hij ervoor kiest om als een soort stervende zwaan in het water te lopen om bij de eenden te horen, haak ik af. Ik voel mee met een dwangmatige  vrouw met smetvrees die in Paradiso ongewenst zwanger is geworden. Maar als ze met een schuursponsje van buiten en binnen weer schoon wil worden, voel ik verzet.  Ik snap die gevoelige zakenman Tom best. Vervreemd van zijn vrouw en zoon die alleen maar geld willen zien. Ze komen langs in zijn Spaanse vakantieappartement. Maar als zijn familie zich irriteert aan zijn gevoeligheid en kiest voor zon en luxe, kiest Tom ervoor om opeens weg te vliegen naar Jakarta met een Indonesische prostituee. Alleen maar omdat hij ooit tijdens een vlucht een noodlanding moest maken in Indonesië. En dan die wat saaie, zoekende Karlijn die van haar zus nu echt een gigolo moet ervaren om nog iets van het leven te voelen. Maar het is de eerste dag van de gigolo en uiteindelijk blijkt onverwacht dat Karlijn graag tot bloedens geslagen wil worden: “Haar gezicht voelt opgezet  en haar lijf is zo stuk dat ze bijna niet kan bewegen. Ze pakt haar mobiel en belt haar zus. ‘Ik voel me veel beter.’”

   Over Kira Wuck

Met Finse Meisjes publiceerde Kira Wuck in 2012 haar terecht geprezen schrijftalent aan het grote publiek.  33 Gedichten waaruit haar voorliefde blijkt voor gewone, in absurdisme glijdende personages. Een liefde die te herleiden is naar de literaire traditie van het geboorteland van haar moeder, Finland. Maar ook naar de Frans-Algerijnse schrijver Albert Camus (1913-1960), met zijn absurdistische kantoorbediende-moordenaar Mersault, de protagonist in De Vreemdeling (1942). In de bekende optiek van Camus is niet de waarheid de kern van de filosofie maar de zinvraag. Het leven is een kosmische toevalstreffer en de zelfmoord het logische einde. De zwakkeren van geest die door het biologische overlevingsinstinct geleid worden, kiezen van oudsher voor religie of tegen beter weten in voor de struisvogelpolitiek van dan maar doorleven. Aldus Camus.  Uit de laatste categorie mensen ontstaan bij hem “de absurde figuren”. Dat zijn geen zielige mensen, dat zijn wij zelf, de niet-meer-religieuzen, van gebeurtenis naar gebeurtenis hoppend, we leven ons onzinnige leven als een geweldig doel op zich.  En als echte, absurde mensen doen we natuurlijk onze best om deze tijd vol te maken. Dat betekent  dat je het altijd maar druk hebt. Totdat ergens weer het moker-vogeltje van zingeving zingt. Het omslagontwerp van Ron van Roon maakt de klok van ons, absurde helden erg mooi zichtbaar. Halverwege de bundel schrijft Kira Wuck typisch Camusiaans over het onvermogen om een ziek paard niet uit zijn lijden te mogen verlossen: “Wachten totdat de tijd zijn werk doet is namelijk de ergste pijn die er is. Je moet de tijd voor zijn.”

De literaire en grafische verwerking van “helden” zegt iets essentieels over de kweekvijver van een samenleving. Wat Arthur was voor de middeleeuwse ridders en Pippi Langkous voor naoorlogse Zweedse vrouwen, zijn Marvel personages voor de kinderen van nu.  Gamehelden als Desmond Miles uit Assasin’s Creed worden door de jeugd gelauwerd als Olympische overwinnaars. Mensen zullen altijd snakken naar verhalen. Onze nieuwe culturele identiteit wordt hier gespeeld. Door de helden wordt onze toekomst alvast geleefd. De laatste jaren vertelt Suleiman Bakhit uit Jordanië op indrukwekkende wijze hoe in de verhaalstructuren van Al-Qaeda de oorzaak van religieus extremisme ligt. Hoe hij naar nieuwe Arabische helden zoekt in zijn Aranim comics. Wie geen humor verdraagt, verdraagt ook geen verschillen.

Kira Wuck doet echter wat bijzonders met haar helden. Hun absurdisme heeft een oorzaak. Eerst zijn ze alleen maar ánders. Maar dan worden ze vreemder. Onwerkelijk soms. Bizar. Dat proces ontstaat door  een morele afwijzing van hun omgeving voor hun anders-zijn, vaak door de familie. In die afwijzing herkennen we als lezer onszelf. De personages in haar verhalen reageren op die afwijzing door verder gaande vervreemding en absurdisme. Het gevolg is evident. We worden zo als lezer medeverantwoordelijk voor het ontstaan van het  vreemder wordende leven van haar personages.  We blijven achter met het onprettige gevoel blijkbaar schuldig te zijn aan het lot van de absurde helden, die we ergens op ons levenspad hebben achtergelaten.

Dat opent een diepere dimensie in haar jonge werk. Een soort hartenklop. In Wucks gedichtenbundel Finse Meisjes is een prachtig gedicht gewijd aan het tragische leven van Boris Ryzhy (1974-2001). De Russische dichter van de ontheemde Perestrojka generatie. De literaire held die zijn criminele vrienden niet in de steek kon laten. In zijn hoofd dreunde het schuldgevoel van de winnaar tot hij dat hoofd ophing. Wie de VPRO documentaire uit 2009 van de Russisch-Nederlandse Aliona van der Horst heeft gezien, weet dat Kira Wuck haar metaforen op deze aangrijpende film heeft gebaseerd. Maar ze pelt verder. De kern moet bloot: “Boris bokst, bokst tegen verveling / slaat woorden op gezichten // idioten maken engelen in de sneeuw / ’s nachts huilen ze maar er is niemand die ze hoort // goudvissen in doorzichtige zakken / vriezen vast // Boris draagt de schuld van de idioten op zijn schouders /maar verliest”

Schuldgevoel in het hart. Deze dimensie keert weer terug in haar verhalenbundel. Dwars door de personages heen. Strelend. Tastend. Hun ego brekend. De lezer wordt verrast. In het eerste verhaal wordt de lezer welkom geheten met de zin:  “Ik ben weleens met iemand naar bed geweest omdat hij een wees was.” Sterker kan het niet verwoord. Volgens de schrijfster kunnen we mensen niet zomaar alléén laten omdat ze ánders zijn.  We zijn een onverbrekelijk deel  van hun vervolg. Wucks woorden herstellen echter de band. “’Ik ben niet wie je denkt dat ik ben,’ zei hij ineens. ‘Dat geeft niet, ‘ zei ik, ‘zolang je maar blijft.’”  Kira Wuck heeft ons medeschuldig gemaakt aan wie we achtergelaten hebben.

©Jan van Beersum

Facebooktwitterredditlinkedin

Categories: Boekbesprekingen

Tagged as:

Jan van Beersum

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *