Menu Home

De glazen wand tussen kind en pedofiel

Inge Schilperoord, Muidhond (roman, uitgeverij Podium 2015)

“Hij had gemerkt dat hij in zijn verbeelding een glaswand tussen zichzelf en de omgeving kon plaatsen. Dat hij alles wat er op hem afkwam dan minder voelde. Met half gesloten ogen, diepe zuchten uitblazend, zijn rug gespannen, probeerde hij de wand op te trekken. Het lukte maar half. Steeds wanneer hij in zijn gedachten het schot in stelling had gebracht, begon het glas te trillen, en langzaam, zacht bevend, uiteen te vloeien. Hij klemde zijn tanden op elkaar. Onder zijn handen neuriede het meisje een liedje.” (Blz. 167)

Een tienjarig meisje, Elke, met een voorliefde om voor zielige dieren te zorgen, wordt tijdens een snikhete zomer iedere dag door haar werkende moeder alleen gelaten in een leegstaande buitenwijk van een vissersdorp, vlak bij de duinen. Daar ontmoet ze een zojuist wegens gebrek aan bewijs van TBS vrijgesproken pedofiel, de dertigjarige Jonathan, die naast haar is gaan inwonen bij zijn katholieke moeder, waar hij nu voor kookt en die hij op de bank gezelschap houdt tijdens het kijken naar televisie-quizzen. Na zijn vrijlating probeert hij zichzelf een strenge dagstructuur op te leggen met behulp van een signaleringsplan van de gevangenispsycholoog. Hij werkt als visverwerker in het familiebedrijf van zijn vader en grootvader, waar hij door zijn collega’s gemeden wordt. Maar dat vindt Jonathan niet erg. Hij houdt van de eenzaamheid in de natuur, zijn hond Milk, maar vooral van de rust van het vissen in de zuurstofarme duinmeertjes. “De trage, kalme cirkels die ze trokken, het glijden van hun vinnen door het water. Alsof ze voor hem de tijd weghapten, de tijd waar hij zich geen raad mee wist.” (Blz.22) Bindmiddel voor de ongewilde ontmoeting is een door Jonathan gevangen karper, een zeelt, ook wel vroeger een muidhond genoemd. Hij heeft deze in een duinmeertje gevangen en probeert hem in een aquarium op zijn oude jongenskamer bij zijn moeder weer nieuw leven in te blazen.  De eenzame Elke, blij met haar nieuwe maatje, richt haar eerste clubje op, “Diepsslak”, bestaande uit haarzelf, Milk de hond, Tinca de vis en natuurlijk Jonathan. Doel wordt om samen Tinca de vis te gaan redden.

Voor de eerste keer in zijn leven probeert Jonathan te werken aan zijn eigen pedofiele fantasiën, zijn zelfbeeld en zijn gedrag in de omgang met kinderen.  Uit angst voor herhaling, wil hij Elke eigenlijk niet toelaten in zijn nabijheid, want zij roept onwelkome herinneringen op aan de seksuele intimiteit met zijn oude buurmeisje Betsy waarvoor hij toen werd opgepakt. Maar geleidelijk aan, doordat het eenzame meisje maar toenadering blijft zoeken, beschouwt Jonathan haar dan maar als zijn ultieme test. Hij moet zijn goede gedrag in de praktijk gaan oefenen en de nieuwe patronen steeds weer herhalen.  Zo wil de gevangenispsycholoog het ook van hem. “Elke keer dat hij dezelfde plaat opnieuw draaide, zouden de groeven zich verdiepen.” (Blz. 40) Maar de opdrachten blijken niet bestand tegen de groeiende intimiteitspatronen tussen de onbevangen Elke en de naar “normale normen” zoekende Jonathan. “Hij knikte, luisterde niet echt, wilde dit horen en toch ook niet. Haar stem was zo fijn en ruiste zacht…Als hij niet uitkeek, begonnen de dingen te schuiven.” (Bz.49) “Ze is alleen, dacht hij, maar het is niet mijn schuld.” ( Blz.101) “Tegen zijn schoot aan. Nog nooit had hij een zacht levend wezen zoals zij zo dicht bij zich gehad. Ze was zo licht.” (Blz. 126) “Ze is over mijn grens, maar ik kan het.” (Blz. 135)

Jonathan schrijft de situaties met Elke elke dag op in zijn oefenboek waar hij weliswaar leert om denkbeelden, emoties en daden van elkaar te scheiden, maar ook dat hij niet dezelfde persoon is als zijn daden is, en ook niet dezelfde als zijn gedachten. Dit verwart de naar houvast in zijn gevoelsleven zoekende Jonathan juist. “Van alles wat hij voelde, maar geen naam voor wist.” (Blz. 26) Wie is hij dan wel? De rust in de duinen tijdens het vissen? “Maar hij had zijn gedachten nog niet kunnen vormen, of ze draaide zich naar hem om en verbrak de stilte: ‘Volgens mij is het niet waar wat mama zei.’ ‘Wat?’ Opnieuw voelde hij zich warm worden. Waar ging dit heen? ‘Volgens mij ben jij juist wél lief.’Ze keek nu recht in zijn gezicht. Haar ogen helder en ernstig. ‘Je zorgt toch voor Tinca en Milk? En voor mij? Ik vind het zo stom dat ze zoiets zegt.’”(Blz. 141)

In dit voor de Opzij shortlist 2016 bekroonde debuut van  Inge Schilperoord, van beroep forensisch psychologe bij het Utrechtse Pieter Baan centrum, zien we hoe de relatie tussen Elke en Jonathan al sluipende gevangen wordt door een net van onzekere intimiteiten. Uiteindelijk worden de spanningen voor Jonathan te groot en ziet hij zich geconfronteerd met terugkerende erotische fantasieën over het meisje, waarvoor hij zichzelf afstraft. “Klootzak, zei hij, waarom ben je zo’n klootzak? De tranen prikten. Maar het moest gebeuren, het kon niet anders. Nogmaals versnelde hij zijn handbewegingen, verstrakte zijn kaak, hield zich met zijn linkerhand vast aan de rand van de wastafel. Opeens kwam het toch nog sneller dan verwacht. Beelden van haar. Haar half geopende mond, de vlek in haar broekje. Een warme gloed vanuit het onderste van zijn ruggenmerg in een rechte lijn naar boven, hij kneep zijn ogen dicht, schokte een paar maal en liet zich daarna op de grond ineen zakken. Hij voelde de tranen komen.” (Blz.175)

 

Muidhond            eenhonger

 

Er is bijna geen grotere tegenstelling met Muidhond denkbaar dan Een Honger van Jamal Ouariachi, een ook in 2015 verschenen Shortlist roman met ook als hoofdpersonage een pedofiel karakter.

In tegenstelling tot de stille duinmeertjes zoekende visverwerker Jonathan is Ouariachi’s hoofdpersonage Alexander Laszlo een sociaal succesvolle ontwikkelingswerker die tegen de heersende moraal in zijn standpunt publiek maakt door via zijn jongere vriendin Aurélie een controversieel pleidooi te houden vóór pedofilie. Uit Laszlo’s Liber Vista 1.0: “Kinderen ervaren seksueel contact met volwassenen hooguit als ‘vreemd’, zelden als traumatiserend. Het trauma komt pas later, als het kind volwassen is geworden en in de krant leest over seksueel misbruik. Dan beseft zo iemand dat wat er in zijn eigen jeugd gebeurd is ‘misbruik’ heet, en dat je je daarvoor moet schamen, want het is heel-heel-heel erg. Dáár begint het trauma. Anders gezegd: niet de goedbedoelende pedofiel creëert een trauma, maar de volwassen maatschappij die een probleem maakt van seksuele omgang tussen volwassenen en kinderen. De Hel, dat zijn wij: u en ik. Onze mores maken trauma’s.” (Jamal Ouariachi, Een Honger, 2015, blz. 390)  Een dergelijke aanzet zet de literaire behandeling van het pedofiele karakter natuurlijk op scherp. Ouariachi kiest voor een Multatuliaanse aanklacht tegen het onbegrip van de maatschappij voor de niet-criminele, en daarom ook in zijn ogen niet-schuldige pedofiel. De liefdevolle Alexander Laszlo is niet fout, maar de seksuele moraal van de samenleving. Schilperoord’s Jonathan daarentegen is ervan overtuigd dat hij in zijn erotische fantasieën over kinderen wel fout is en zoekt zichzelf uit zijn associatie-moeras te bevrijden. Daarom kiest de schrijfster ook niet voor een sociaal pleidooi zoals Ouariachi, maar voor een intiem verlossingsepos van het al gecriminaliseerde pedofiele karakter.

Psychologe Schilperoord pelt knap de lagen van intimiteit af die tussen Elke en Jonathan ontstaan, van tijd tot tijd in woorden die de adem beklemmen, maar die tot slot dan toch uitmonden in de controversiële vraag naar de gemeenschappelijke schuld. “De zeepjeszoetheid van haar huid, het vage zweet, zelfs het licht zurige van haar kleding. Alles wond hem op. Hij dacht aan haar zacht ademende buik. Haar billen, hier in het vloerkleed, hoe ze wijdbeens zat terwijl hij, terwijl hij maar werkte, en maar zijn best deed en nu wenste hij dat er een manier was die hij kon bedenken, iets, wat dan ook, waarop zij hier ook schuldig aan was. Was er maar een manier om haar schuldig te laten zijn.” (Blz.197) De lezer voelt zich nu bijna zelf gevangen. Zo die vermeende schuld er al zou zijn, hoe zou die er dan in godsnaam uit moeten zien? Welkom in de sinistere schaduwwerelden van Nabokov’s Lolita en Pasolini’s Sado. Kan een nietsvermoedend kind aanleiding willen zijn? 

carrollalice   Charles Dodgson en Alice Liddel

Verleden jaar werd aan de overzijde van het kanaal gevierd dat Alice in Wonderland van Lewis Carroll (pseudoniem van de Engelse wiskundige Charles Lutwidge Dodgson) 150 jaar bestond. Zoals bekend, was de 10-jarige Alice Liddel de inspiratie voor de Alice van zijn beroemde verhaal. Dodgson was in die tijd de huisvriend van de familie Liddel. Maar toen in januari 2015 de BBC een spraakmakende documentaire vertoonde met het vermeende bewijs dat Dodgson een naaktfoto van Lorena Liddell had gemaakt, het zusje van Alice, werden de vermoedens van een pedofiele relatie tussen Alice en Dodgson nog sterker dan daarvoor. Er ontstond een controverse tussen voor-en tegenstanders. Als belangrijk punt van de tegenstanders, gebaseerd op een teruggevonden zin uit Dodgson’s dagboek (The missing pages) werd ook aangevoerd dat Dodgson het verband met de familie zou hebben moeten verbreken, niet omdat hij de intentie zou hebben intiem te worden met de 10-jarige Alice, maar omdat Alice zelf verder wilde gaan dan de grenzen van de Victoriaanse moraal aangaf. Het geeft maar weer aan hoe diffuus de schuldvraag kan zijn van een pedofiele relatie tussen volwassene en kind en hoeveel tegenstrijdige emoties deze vraag tot op de dag van vandaag oproept.  ”Pedofielen moeten gecastreerd en opgesloten worden – behalve onze grote filosofen, dichters, muzikanten en filmmakers. Die zijn ‘anders.’” (Jamal Ouariachi, Een Honger, Blz.385)

Figure-1-Alice-entering-the-Looking-Glass-Illustration-by-Sir-John-Tenniel

Net als bij Alice zit er tussen de muidhond en Jonathan een glazen wand, “the looking glass” van het aquarium. Het glas dat de leefomgeving van de andere, de vreemde weliswaar beschermt maar tegelijk diegene niet toelaat. We kunnen er van buiten naar kijken, als naar een beeldscherm, tot de glazen wand zelf een spiegel van onze eigen eenzaamheid wordt. Jonathan wil er door heen, maar de oude glaswand tussen Jonathan en Elke breekt… (het slot verklap ik niet). Elke gaat op haar manier door de wand, maar Jonathan niet.  Jonathan kiest gewoon weer voor een nieuwe. Niet voor de glazen wand van de spelende Muze, zoals bij Alice, of die van de sociaal bewogen Martelaarster, zoals bij Alexander Laszlo, maar voor de glazen wand van de heilige Maria. “Jonathan deed een paar stappen bij haar vandaan. De zon scheen nu vanonder de wolken recht op haar en verlichtte haar gezicht. Het had iets Bijbels, dacht hij. Het deed hem denken aan een Mariaplaatje dat hij eens in de lade van zijn moeders nachtkastje had gevonden. Een verkleurde print van de Heilige Maria met een bleek gezicht, maar met een stralenkrans om haar hoofd, zo helder dat hij haast licht gaf en een cirkel in het karton leek te branden.” (Blz.220)

De laatste stap blijkt voor Jonathan te groot. Hij kan niet door de glazen wand gaan. Hij wordt geen speelse Proteus. Jonathan moet een nieuwe glaswand oprichten. Het kind is voor hem óf een Muze, óf een Martelaarster óf een Maria. Maar hij vindt nergens de echte moed, of beter de glazen wand van Moed. De glazen wand die intimiteiten tussen kind en volwassene kan maken en bewaken, maar de andere nooit breekt. Is dat niet de ware muidhond? De speelse moed van helpen uit vergeving.  Ach, misschien kan Elke ooit in haar wonderland de lieve Jonathan bevatten, maar voor Jonathan zelf blijft het meisje in haar eigen wereld net zo onbereikbaar als de vis in het aquarium.  Hij heeft immers van de gevangenispsycholoog de gotspe geleerd dat hij niet is wat hij denkt of doet, dus is ook aan het einde van de roman zijn ik niet meer dan hetzelfde vage vermoeden van het begin. “Hij kon het dier niet terugbrengen. Op een vreemde manier voelde hij dat heel sterk. Alsof zij samen voor iets stonden wat ze ook gezamenlijk tot een goed einde moest brengen. Alsof zijn lot niet alleen verbonden was met dat van het beest, maar zij ook een band hadden die stond voor iets groters, iets ontzagwekkends wat hij niet goed begreep.”

© Jan van Beersum 2016 (van 2001 tot 2008 psychiatrisch verpleegkundige, ervaring in crisisinterventies van mensen met pedofiele-gewelddadige neiging )

 

Facebooktwitterredditlinkedin

Categories: Boekbesprekingen

Tagged as:

Jan van Beersum

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *