Menu Home

Dringend proefpersonen gezocht (m/a)

Hanna Bervoets, Ivanov (roman, Atlas Contact 2016) –

Ik weet niet of iemand anders de synchroniciteit is opgevallen. In dezelfde  week dat vijf proefpersonen van  een nieuw Portugees medicijn in kritieke toestand in het academisch ziekenhuis van het Franse Rennes werden opgenomen, verscheen bij uitgeverij Atlas Contact Ivanov, de vijfde roman van journaliste Hanna Bervoets. Ondanks dat het medicijn eerst succesvol getest was op chimpansees, was het resultaat bij mensen minder succesvol. Van de menselijke proefpersonen in het Biometral laboratorium overleed er één en hielden de anderen blijvende hersenschade over aan hun betaalde proefkonijnenavontuur.  De literaire proefpersoon in Ivanov overleed ook, maar dat was gelukkig geen mens, beter gezegd, het was gelukkig ook geen chimpansee, het was een kruising, een medisch opgewekt proefpersoon, een hybride zonder rechten, een humanzee. Een “creature” dat in Roald Dahl’s Tales of the Unexpected niet zou hebben misstaan.  Hadden zulke proefpersonen in het échte leven bestaan, was de Fransman in Rennes natuurlijk niet overleden.  ‘Klinkt als een ijzeren logica.’ ‘Ja, maar ethisch mág dat toch niet.’  ‘Ja, máár het kan wel, we praten hier niet over natuurlijke dieren of mensen.’ In onze verbeelding ontstaan literaire landschappen met strakgespannen medisch-ethische koorden. Een woorddanseres als Hanna Bervoets  wil daarop natuurlijk kunnen balanceren.

Alles draait in Ivanov om het fictieve personage van een Pools-Amerikaanse medisch wetenschapster, Helena Frank (1945-2012). Anno 1992 is zij een op non-actief gestelde eiwit onderzoekster naar de oorsprong van het hiv-virus aan de universiteit van New York. Achter de schermen voert zij samen met een studente, Lois genaamd, kunstmatige inseminaties uit bij chimpansees. Het sperma komt echter niet van chimpansee-mannen, maar van mens-mannen. Het doel van Helena Frank is te onderzoeken onder welke voorwaarden een kruising kan ontstaan, een hybride mensaap (m/a) of zoals Hanna Bervoets het liefkozend maar tegelijk met gevoelsafstand verwoordt:  “het jong”.

Met haar medisch onderzoek stapt het fictieve personage Helena Frank in de voetsporen van het echte personage Ilya Ivanovich Ivanov (1870-1932), de dubieuze Sovjetwetenschapper die in het Frans-koloniale Afrika experimenteerde met menselijk mannen-sperma in chimpansee-vrouwen en chimpansee mannen-sperma in mens-vrouwen. Met als doel het sociaal-darwinisme van de Bolsjewisten te bewijzen tegen het ondergronds broeiende, Russisch-orthodoxe geloof.

   Over Hanna Bervoets

 

Het verhaal wordt verteld vanuit een ik-personage, de Amsterdamse gay Felix van der Elsken, die in dat jaar in New York belandt om journalist te worden en langzaam verstrikt raakt in de symbiotische werelden van de wetenschapster en haar assistente.  De roman is een raamvertelling. Het begint in 2012 als de nogal seksueel gefrustreerde Felix (hij komt alleen maar klaar als hij aan Helena Frank denkt) vertrekt naar de crematie van Dr. Frank en het eindigt ook in 2012 met knap geschreven suspense in een ontmoeting met Lois, waarbij een diepere dimensie van hun relatie van twintig jaar daarvoor naar boven komt drijven.  Een prachtige ontknoping voor de echte lezer volgt, die ik hier niet ga verklappen. Tussen de twee boekuiteinden ontwikkelt zich uit de fragmentarische herinneringen van Felix de eigenaardige driehoeksverhouding van Helena, Lois en Felix in het New York van 1992-93, als de Aids epidemie zich wreed verspreidt en bij mensen die onbeschermde seks hebben eerst tientallen, dan duizenden en uiteindelijk anderhalf miljoen slachtoffers per jaar maakt (volgens de laatste stand van de WHO in 2013). Frank wordt er op kerstavond in geluisd en zijn zaad maakt hem tot donor van een nieuw hybride wezen, genoemd naar Ivanov himself, ofwel: het jong.

Toen in 1996 de New Yorkse Literatuurprofessor Steven F. Kruger zijn  AIDS Narratives deed verschijnen, voortbordurend op Susan Sontags Aids and his Metaphors, stelde Kruger dat de literaire verwerking van de Aidsepidemie grofweg twee verhaallijnen kan creëren.  Ofwel de meer persoonlijke tragedie en eventueel opleving van de patiënt, ofwel de zoektocht naar de bron van alles, de patiënt zero, de bron waar het siv-virus is gemuteerd naar het hiv-virus.  Hanna Bervoets doet daar nog een schepje bovenop en dat is op zich al een literaire prestatie.  Niet alleen suggereert de auteur de oorzaak van de genetische mutaties die naar het hiv-virus hebben geleid in de fictieve 15-jarige Congolese Cylia (patiënt zero) als slachtoffer van de Afrikaanse experimenten van Ivanov in 1927. Maar het hybride wezen dat uiteindelijk ontstaat uit Helena Franks eigen experimenten zal de ideale proefpersoon zijn voor de megajacht in de negentiger jaren naar succesvolle Aids-medicatie. De snel verspreidende ziekte zal dankzij haar “jong” geen onnodige slachtoffers meer opeisen.  Respect. Op  het hoge medisch-ethische koord blijft Hanna Bervoets knap en behendig in de lucht.

De enige muur waar ik steeds maar tegen liep is het persoonlijke waarom van Helena Frank. Waarom doet zij dit? Wat en hoe heeft haar tot het personage gemaakt dat dit wil? Dat zocht ik tevergeefs. Net zo tevergeefs trouwens als het personage van Felix van der Elsken zelf. In het cruciale hoofdstuk over wetenschappelijke motivatie,  dat zich afspeelt in November 1992, vertelt Dr. Frank aan Felix  over de noodzaak om door hybride proefpersonen Aids-medicijnen te testen. Op dat moment kan de gevoelige Felix niet goed de situatie beoordelen waarin hij zit. Dit is de aanleiding voor Bervoets om een stijlfiguur toe te passen. De schrijfster laat de oudere en rijpere Felix die op dat moment in het vliegtuig naar New York zit voor de crematie van Helena Frank “praten” met de jongere en labielere Felix van het moment dat hij de motivatie van Dr. Frank hoort: “En weet u, nu ik dit verhaal vertel, merk ik dat ik er niet altijd uitkom. Dat ik de jongen in het rode shirt soms gewoon iets zou willen vragen. Klopt mijn beeld van jou met jouw beeld van jou? Projecteer ik mijn hang naar rationeel handelen volgens heldere motivaties niet te veel op jouw impulsieve inborst? Waarom ging je zo ver? Wat dacht je, wat vóélde je?” (blz.115). “Waarom, Felix? Waarom vraag je haar niet waarom? Wat bezielt u precies om een vreemd experiment als dat van de heer Ilya Ivanov te herhalen? Ja, ze zou je een paar dagen later iets over haar zogenaamde beweegredenen prijsgeven. Maar wat zou er gebeurd zijn, als je dáár, onder de flikkerende televisies in de sports bar al naar gevraagd had? Waarom, Helena, waarom?” (blz.121). Op deze manier wordt de waaromvraag van Helena Frank verlegd naar de onvrede van de oudere Felix over het ontbreken van ethisch verzet bij de jongere Felix.

Ik merkte dat ik bij Dr. Frank naar leads begon te zoeken (kleindochter van Pools-Joodse vluchtelingen, vorming van “compartimenten” in haar karakter, de symbiotische relatie met studente Lois) waarop ik verder fantaseerde. Maar toen dacht ik aan wat H.D.F. Kitto in zijn Form and Meaning in Drama  (1956) zegt over literaire kritiek. Het gaat erom of een auteur de structuur en taalvorm vindt voor zijn bedoeling.  Je doet volgens Kitto een goede auteur alleen maar recht door deze bedoeling te veronderstellen. Zonder bedoeling van een auteur is een boek immers niets anders dan een wat leukere door elkaar geworpen Van Dale.  Daarom ben ik er ook van uit gegaan dat Bervoets het precies zó bedoelde, namelijk om de persoonlijke motivatie van Helena Frank, ook naar de inseminatie van Lois toe, juist niet expliciet te willen maken. Dat wordt bevestigd door de toegepaste stijlfiguur. Hanna Bervoets wil de lezer door haar verhaal een vragende blik geven op de ethische implicaties, de vele mogelijkheden waar een dergelijke logica van hybride testpersonen toe leidt, zonder het waarom van het personage zelf in harde munten te expliciteren. Op het einde opent Felix een Poolse baboesjka van de hand van de overleden Helena. Er zit niets in. “Twee, lege houten helften.” Maar voor mij persoonlijk had er in dit knap gestructureerde en spannende verhaal nog best een extra baboesjkaatje mogen zitten.

©Jan van Beersum

Facebooktwitterredditlinkedin

Categories: Boekbesprekingen

Tagged as:

Jan van Beersum

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *