Menu Home

Doorgeladen Liefde

Christine Otten, We hadden liefde, we hadden wapens (Roman, Atlas Contact 2016) – Gisteravond, bij de prachtige première van het gelijknamige muziektheater in Stadsschouwburg Amsterdam door UrbanMyth, drie maanden na de romanpublicatie, werd al snel zichtbaar dat beide stukken, de roman en de voorstelling, elkaar aanvulden. De regisseur Jörgen Tjon A Fong vertelde aan het begin dat hij deze theaterbewerking van Ottens nieuwste roman al van plan was om te maken “toen er nog geen woord van haar op papier stond”. De timing tussen boek, theater en de pijnlijke actualiteit was gisteravond voelbaar in de zaal. Er staan waarden op het spel die met elkaar bevochten moeten, in woorden misschien samen te vatten als het recht op menselijkheid, maar wat betekenen deze woorden als gevoelens en intenties niet willen veranderen?

 

urban-myth_we-hadden-liefde-we-hadden-wapens        

Uit de kluwen van het leven van Robert. F. Williams, de zwarte, Amerikaanse verzetsstrijder die in 1962 zijn Negroes with Guns schreef, ontrafelt Christine Otten als een bijna poëtisch docudrama de familiepatronen, waarbinnen gewapend verzet en liefde elkaar raken – en scheppen de acteurs van UrbanMyth uit dit leven krachtige rhythm & blues beelden om – jezelf als toeschouwer de vraag te stellen of gewapend verzet gerechtvaardigd is als je net als Williams deel uitmaakt van een door structureel racisme onderdrukte bevolkingsgroep.

negroes-with-guns    Zijn eigen woorden

Het muziektheater van UrbanMyth trekt de levenslijn van Williams meteen door naar actuele politiemoorden, zoals bijvoorbeeld op Alfred Olango in San Diego of Mitch Henriquez in Den Haag, de vele namen onhoorbaar fluisterend als beginritme na het melodieuze gitaarspel van Ntjam Rosie als de zaal volstroomt. Daardoor wordt meteen duidelijk gemaakt dat ook vandaag nog geen sprake is van incidenten, maar dat politiemensen een verlengde arm kunnen zijn van structureel racisme. In plaats van de hulp die verwacht wordt als het gaat om de bescherming van armoedige, verwarde of wellicht terecht boze mensen, worden ze door politiemensen op voorhand gecriminaliseerd op basis van hun huidskleur. Een vorm van “vanzelfsprekend” geweld, zou je kunnen zeggen, in de regel niet voelbaar voor de mensen met dezelfde huidskleur als de machtdragers

Begin jaren 60 bestond de kleine stad Monroe in North Carolina voor de helft uit blanke aanhangers van de Ku Klux Klan en voor de helft uit zwarten. . “…de fluit van de vrachttrein die iedere middag om dezelfde tijd met veel kabaal door Monroe denderde en een wolk van stof en grind deed opwaaien…het geweld waarmee het ijzeren gevaarte voorbijstoof, alsof het de stad in tweeën zou scheuren…”. De KKK, de rassensekte van blanke spoken en haar verlengde arm, de politiemensen van Monroe vormen het decor waarin Robert F. Williams vanaf de snikhete zomer van 1957 de zwarte gemeenschap tot gewapende zelfverdediging opriep. De verzetsstrijder was de kleinzoon van “de slaaf” Sikes Williams, activist binnen de partij van Abraham Lincoln. ‘Begrijp je wat ik wil zeggen? Soms slaat zoiets een generatie over,’ aldus zijn vader.

 

christineotten_wehaddenliefde   Website van de auteur

Christine Otten is in staat om een documentarische blik te combineren met een intieme, poëtische inslag. Neem bijvoorbeeld de manier waarop Mabel van echtgenote langzaam Williams’ vechtgenote wordt, in de voorstelling sterk vertolkt en gezongen door Manoushka Zeegelaar Breeveld. Eens een onschuldig meisje in Monroe, schaart ze zich aan de zijde van de verzetstrijder, de man waar ze van houdt terwijl ze tegelijk haar gezin probeert te beschermen tegen de bedreigingen door de blanken. Die dynamiek legt de schrijfster met enkele pennenstreken feilloos bloot. Gedachteloos haakte hij zijn wijsvinger achter de hielbandjes van de pumps en liet ze in de lucht bungelen. Alsof hij wachtte tot ik zou proberen ze van hem af te pakken om ze dan net zo ver omhoog te houden dat ik er niet bij kon. Op een andere plek misschien, in een andere tijd. De reserve dampte van zijn imposante lijf; de plakkerige hitte die ons uitwoonde en de adem benam. Hij keek langs me heen, de tuin in. ‘Wat kan ik in hemelsnaam nog meer doen om te zorgen dat jij je veilig voelt, Mabel? Zeg het me.’ ‘Het gaat niet om veiligheid.’ ‘Hoezo niet?’ Je sluit me buiten.’ ‘Het is oorlog.’….’Jullie bouwen een leger,’ zei ik. ‘Dat wist je.’ ‘Ja,’ zei ik, ‘dat wist ik.’ Ik leunde achterover tegen het muurtje. Wilde eigenlijk iets anders zeggen iets dat klonk als een gelofte iets als: ik weet dat dit allemaal jouw schuld niet is ik ben niet bang voor je nooit zal ik bang voor je zijn ik wil je alleen maar dichterbij je liefhebben troosten koesteren en ik wil dat je van me houdt… maar ik zei niks omdat het belachelijk zou klinken in de omstandigheden. Bertha was vast al gumbo aan het koken voor de mannen. Hoe definieer je liefde? Hoe meet je hoeveel iemand van je houdt?’ (Blz. 88)

De structuur van de roman wisselt af tussen het perspectief van Mabel en dat van Johnny, hun zoon, die later priester zal worden, in de voorstelling mooi gespeeld en gezongen door Gery Mendes. Daardoor kijken we eigenlijk naar Robert F. Williams zowel door de ogen van de liefdesdynamiek van Mabel als via de vader-zoon problematiek van Johnny. “Dus jij hebt voor God gekozen,” zegt Williams op zijn oude dag in de muziekvoorstellling. “Ik ben jou niet,” antwoordt Johnny. “Als je maar weet, dat er eens een dag komt,” aldus Williams “dat geen God je steunt, maar dat alles erom draait wat jij kiest en de consequenties daarvan in je hart kan dragen.”

 Closer Together, Christine Otten, 3 November 2016 in Haarlem

In haar TEDx lezing in Haarlem vraagt Christine Otten zich af, zelf een blanke vrouw, of je dezelfde huidskleur moet hebben als de raciaal onderdrukte bevolkingsgroep om te begrijpen wat er in hen omgaat. Otten ontkent dit stellig en roept in plaats van Muren in het hart de Proteus in ons op, de gedaanteverwisseling, het vermogen om je in te leven in de ander, je eigen leven te kunnen bezien vanuit de ogen van die ander – noem het liefde, noem het verbeelding, noem het begrip, zolang je eigen lichaam maar niet het referentiekader wordt om over anderen en hun situatie te oordelen. 

In de voorstelling van UrbanMyth worden de huidskleuren van de acteurs gebruikt als “vanzelfsprekend” expressiemiddel om de problematiek rond segregatie te verbeelden. Op een bepaald moment herhaalt de blanke Huub van der Lubbe, spelend als leidsman van de Ku Klux Klan of een blanke politieman, onverwacht het pleidooi van de zwarte Mandela Wee Wee in de rol van Robert F. Williams. Die spiegeling is een mooi katharsis moment in het stuk, omdat het iets doorbreekt. Dezelfde tekst, andere huidskleur. Je kan wel denken dat we allemaal mensen zijn, maar toch – als je tekst hoort die “hoort” bij een andere huidskleur, verstar je toch even. 

Dat is waar we blijkbaar staan. Nu. 

Zowel de roman van Christine Otten als de muziekvoorstelling van UrbanMyth sporen aan om niet in oude culturele instincten te verstarren, maar om verder te gaan vanaf dit punt. Bewustzijn te bouwen en liefde te doen, samen met de Proteus een ander te kunnen verbeelden als jouw nieuwe identiteit

De Murenmensen en hun verlengde armen zullen zich daardoor bedreigd voelen. Maar dat is eigenlijk goed nieuws vind ik. Menselijkheid kruipt uit de verschillende huidskleuren en zal niet meer verliezen. De raciale superioriteitsmythes zijn geweest. De laatste spierwitte kaarsen flakkeren misschien nog onrustig na. Maar ook zij zullen eerst moeten doven om daarna te willen veranderen. Dat heb ik gisteravond geleerd. 

© 2017 Jan van Beersum

 

Facebooktwitterredditlinkedin

Categories: Boekbesprekingen

Tagged as:

Jan van Beersum

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *