Menu Home

Hamlet’s huilende honden

Roel Bentz van den Berg, Het naderen van een Brug (roman, Atlas Contact 2016) –

Vandaag wordt aan de overzijde van het kanaal groots herdacht dat William Shakespeare 400 jaar geleden stierf. De Engelse dramaturg is actueler dan ooit, zo blijkt uit de publicatie verleden maand door de British Library van Shakespeare’s vluchtelingenpleidooi. Ook Nederland viert vanavond zijn herdenking met het Sonnettenfestival in Felix Meritus en met de opvoering van zijn werk door het hele land.

Begin dit jaar verscheen van de zoon van één van de grootste Nederlandse toneelregisseurs-acteurs, Han Bentz van den Berg (1917-1976) een roman waarin Hamlet een hoofdrol speelt. De roman is de tweede roman van de voormalige radio- en documentairemaker Roel Bentz van den Berg. Al in 2002 regisseerde hij een documentaire over zijn vader: “De verdwenen personages van Han Bentz van den Berg“. Maar in deze roman gaat hij een stap verder. Vanuit het perspectief van drie personages wordt een poging gedaan het mysterie van de “tussen-wereld”, het schemergebied tussen dood en leven te ontrafelen. “Wat je zegt, Mark, jouw geest, en misschien ook wel die van Hamlet Senior, maar of hij ook die van jouw vader is?” (blz.163). Bentz van den Berg neemt de lezer mee in een wonderlijk oerwoud van duizenden metaforen, filosofen, toneelteksten, musici, tv-series en schijn-personages. Tijdens de analyse van dit boek moest ik meerdere malen naar adem happen. Toch noemt hij in een interview met Simone Peek de roman zijn “magnum opus”, reden genoeg om het wellicht juist vandaag met een bespreking te eren.

naderenvaneenbrug   Over Roel Bentz van den Berg

De roman bestaat net als Hamlet uit de vijf klassieke bedrijven met de beslissende peripetie in het slot. Twee personages, Mark en Helen worden afwisselend gevolgd vanaf het moment dat Mark, acteur en radioman door verdrinking is overleden. Helen probeert haar leven weer op de rails te krijgen en los te komen van de tragische gebeurtenis, vertrekt uit het huis, maar wordt in haar rouw meer en meer gevangen door vreemde verschijningen en associaties, waarin ze haar man meent te herkennen. De overleden Mark, een “coulissen-kind”, splitst zich uit in twee verschillende personages. Een verrassende, maar passende stijlfiguur die verdieping brengt in het centrale thema: een “vierdimensionaal zelfportret” (blz.37) te creëren, de zoektocht naar de Shakespeareaanse relatie tussen identiteiten, wankelend tussen de mens, de acteur, de rol en het personage waarin hij of zij voortleeft. Zo volgen we aan de ene kant een Mark die niet beseft dat hij is overleden en voortleeft in een razende caleidoscoop van herinneringen, vooral die aan zijn vrouw Helen en zijn vader, waarin we al snel Han Bentz van den Berg zelf herkennen. Een fascinerende rol tussen alle herinneringsbeelden door wordt door ene Rigter gespeeld, een overleden vriend, die de leidsman van Mark gaat worden in de ontdekking dat hij dood is. Aan de andere kant zien we een Mark’ (met apostrof) die wél weet dat hij dood is, en zich probeert te oriënteren in de lichaamsloze “vagevuur”-wereld van de zojuist overledenen, een wereld die zich voor hem naadloos en tegelijk onzichtbaar door de levende wereld lijkt heen te schuiven. “Net als de andere keren dat hij in het HVO was beland heeft hij ook nu het vermoeden dat ze hem hier, zo doorschijnend als hij toch zou moeten zijn, kunnen zien. Hij denkt tenminste regelmatig een blik van herkenning over een gezicht te zien glijden wanneer iemand zijn kant op kijkt. Ook maken ze steeds precies op de plek waar hij staat een omtrekkende beweging. Onmogelijk zekerheid te verkrijgen, iemand aanspreken op dit punt kan niet. Ook zal hij er waarschijnlijk nooit achter kunnen komen hoeveel echte lotgenoten van hem zich op ieder moment onder de HVO’ers bevinden – zo perfect mengen ze zich hier met elkaar, de daklozen en de doden, in de ongedaanmaking van hun levens.”(blz.187)

De wereld tussen levenden en doden is volgens de schrijver niet afgesloten. Met name dromen, metaforen (de brug) en honden zijn in staat de “tussen-wereld” te laten spreken. Lisa, de droomtherapeute van Mark, overtuigt hem dat hij zijn Hamlet-rol alleen maar kan spelen als hij in de wraak zoekende geest van Hamlet’s vader de geest van zijn eigen vader ervaart. Mark droomt dan over de aanvalsgolven van een hond “en hij rende de zee in en rende net zo lang en zo ver door tot het water zich met een klap boven zijn hoofd sloot en zijn jankende geblaf in zijn keel werd gesmoord” (blz.141) . Lisa zegt dan: “Wanneer ook honden in geesten geloven…Dat is de clou. Honden en geesten….Niet alleen kunnen honden geesten zien…net als geesten bewegen honden zich voortdurend op de grens van twee werelden, van de werkelijkheid en het bovennatuurlijke…poortwachters van het dodenrijk…het enige wat er van Hecuba op deze wereld is overgebleven is haar gejank, zoals je dat volgens Ovidius nog steeds op de velden van Thracië kunt horen: het gejank van een hond, een spookhond. Kortom, dat gejank is haar geest.” (blz.149)

Door het rijk bloeiende, maar soms overdadig barokke oerwoud aan metaforen heenlopend (“alsof” is het meest gebruikte woord) vindt de geduldige lezer dat het hele verhaal uiteindelijk draait om het herstel van identiteit tijdens de rouwverwerking. Om het losmaken van de acteur in ons en de personages die we in de wereld zetten door allerlei rollen aan te nemen tijdens het verlies van een dierbare. Het boek is bijna een soort woorden gooiend protest tegen een cultuur waarin we ons maar afsluiten van het verdergaande “leven” van onze dierbaren in plaats van op gezette tijden te vragen: “Wie is daar?” (begin Hamlet).

Op de brug tussen de doden en de levenden worden Mark en Mark’ weer één en kan de dode Mark-zelf de ziel van zijn vader achterna, die zo blijkt, helemaal niet wraakzuchtig is maar als een gelukkige identiteit bestaat in het hemelse licht van de Californische kust, “het soort licht dat alleen dáár kan ontstaan waar de stralen van de zon dag in, dag uit worden rondgekaatst binnen een blauwe driehoek – een driezijdige oceaan van hemel, oceaan en woestijn.” (blz. 76). De schrijver transformeert Hamlet als het ware in een kat-en-muis-spel tussen de identiteit van de dode “nabestaande” (Mark en de geest van zijn vader in hem) en de levende “nabestaande” (Helen). Helen trekt het uiteindelijk ook bijna niet meer en zoekt wanhopig een uitweg, de integratie met haar verloren zelf: “haar onvermogen haar verdriet te scheiden van haar woede, en die het haar…onmogelijk had gemaakt dat deel van haarzelf terug te vorderen dat door de dood van Mark de mist in was gegaan.” (blz. 360)

In het slotspel, de peripetie wordt deze integratie van de identiteiten steeds dreigender. We ontdekken grote thema’s als schuld en vergeving in het landschap van de schrijver. Met een schok komen we achter de ware toedracht van Mark’s dood, ondanks de voortijdige aankondiging in het boek: “een verhulde depressie, een op springen staand dubbelleven. Want werd er dan gezegd, wat weten wij nou helemaal van een ander?…dat hij misschien in een opwelling, de nacht baart vreemde kinderen, besloten had om al dan niet tijdelijk, afhankelijk van welke perspectieven het zou bieden, ondergronds te gaan…niet er helemaal uit, maar wel een heel eind, uit het zicht in ieder geval, terug de coulissen in…”(blz.212).

Haoe, haoe. Ik hoor Hamlet’s honden huilen. Deze roman, ondanks de stilistische uitweidingen, vind ik een zeer fascinerend en intelligent boek, waarvan ik – het is echt waar, meerdere malen moest dromen. Het is Roel Bentz van den Berg gelukt om Hamlet’s thema van identiteitsgekte ook voorbij de dood van zijn vader in een “methode” te vatten.

***

Met dank aan het interview door Wim Brands (+ 4 april 2016): “Het naderen van een brug gelezen – nieuwe roman van Roel Bentz van den Berg. Dat naderen zal me lang bijblijven. Bijzonder boek.”(Tweet van 22 januari 2016) Interview VPRO Boeken

©Jan van Beersum

Facebooktwitterredditlinkedin

Categories: Boekbesprekingen

Tagged as:

Jan van Beersum

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *