Menu Home

Hoe ik Constantin Rudaru vond aan de voeten van de Karpaten

In mijn verhalendebuut Mama’s van Masdar gaat het eerste verhaal over mijn wonderlijke ontmoeting met de Roemeense asielzoeker Constantin Rudaru. Een verhaal dat ik moest schrijven, al wist ik in eerste instantie niet goed hoe.

rolstoelinzee

Constantin kreeg ongewild in 1992 landelijke bekendheid, toen hij als Roemeense asielzoeker levenslang zwaar gehandicapt raakte tijdens een gedwongen uitzetting door de Nederlandse Marechaussee. Na een zwaar bevochten schadeloosstelling, werd hij verpleegd in een gehandicaptencentrum in Amstelveen.  Daar ontmoette ik hem, toen ik van 1998 tot 2000 op de groep waar hij woonde als leerling verpleegkundige in dienst kwam.  In deze tijd werden we ook een soort “vrienden” binnen het kader van de afhankelijkheidsrelatie die er kan bestaan tussen cliënt en zorgverlener, en ik bleef hem ook daarna bezoeken. Tot hij op een goede dag uit zicht verdween en terugkeerde naar zijn familie aan de voeten van de Karpaten in Roemenië.

Constantin was zo goed als blind en kon zijn ledematen niet bewegen. Daarom verraste hij me totaal toen hij in de zomer van 2001 aan me vroeg of ik “zijn toneelstuk” op kon schrijven. Toneelstuk? Ja, mijn “patiënt” had in de maanden daarvoor een drieakter met negen personages in zijn hoofd gecomponeerd. Het droeg de titel De Spaanse Gitaar en ging over een prins in de zestiende eeuw in de katholieke Nederlanden. Trouw kwam ik iedere woensdagavond langs om het stuk op te schrijven dat hij me dicteerde en ik was onder de indruk. Nadat hij uit Nederland met onbekende bestemming verdwenen was, brandde het stuk twaalf jaar lang in mijn kast.

Uiteindelijk besloot ik in 2015 een fictief verhaal te maken over Constantin en zijn toneelstuk over een Spaanse prins. Ik noemde hem nu Valentin Lupei (Roemeens voor wolf), omdat Constantin, wanneer hij teleurgesteld raakte in mensen de filosoof Thomas Hobbes citeerde dat “de mens een wolf is voor zijn medemens”. In mijn verhaal wordt zijn toneelstuk ook écht opgevoerd, en wel in theater Carré en zit de nieuwbakken Amsterdamse regisseur (de vroegere verpleegkundige) Jonathan van Loenen zich te verbijten, omdat Valentin niet komt opdagen voor de première en hij zich afvraagt of hij nog leeft. Jonathan zoekt zowel betekenis in het lot van de asielzoeker als in de vervlechting met zijn eigen leven.  Ik probeerde de dialogen uit het toneelstuk zo getrouw mogelijk te vertalen naar een echte theatersetting, wat me niet meeviel. Het is geen meesterwerk geworden, maar het resultaat mag er zijn.

mamasvanmasdar  Hier een preview van het eerste verhaal De Spaanse Gitaar

Nadat de debuutbundel uitkwam in maart, vond er in dezelfde week een klein wonder plaats. Ik ontmoette op de trap naar mijn werk een nieuw aangenomen Roemeense programmeur en ik zei gekscherend “dat ik nog iemand zocht daar.” Hij raakte geïnteresseerd en wist me na twee weken te melden dat hij hem gevonden had. Ik geloofde hem niet en zond het boek naar het verre adres met mijn telefoonnummer. Niet lang daarna kreeg ik een sms – uit Roemenië, van Constantin. “Het gaat me erg goed en we moeten snel contact hebben. Ik kan niet mailen, maar wel mijn vrouw, die is Nederlandse van origine – en we hebben ook een zoon, van acht jaar oud.” Mijn mond viel open van verbazing.

Intussen hebben we geskyped en gaan we elkaar ook echt, na veertien jaar weer zien als hij met zijn gezin deze zomer in Nederland op vakantie gaat. Hij is nog steeds zwaar gehandicapt, maar zit niet meer in de aangepaste rolstoel van toen, ook heeft hij geen  spierverslappende medicijnen meer via een ingebouwde pomp. Een gezinsleven en professionele fysiotherapie in een landelijk Roemeens dorpje bij zijn familie maakten het verschil. Aan de voeten van de Roemeense Karpaten is een sprookje waarheid geworden en ik koester het sms-moment – dat mijn verbeelding over “Valentin” even lachend werd ingehaald door de realiteit van Constantin zelf.

Update: Westerschelde 2 september 2016. Constantin:  “Wat het lot je brengt, kan niemand van tevoren weten, Jan. Niemand, dat weet alleen God.”

IMG_5138

© 2016 Jan van Beersum

 

 

Facebooktwitterredditlinkedin

Categories: Blog

Jan van Beersum

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *